Badjes

Badjes

Hieronder staat het overzicht van onze groepen, de bijbehorende kleur van het polsbandjesen wat uw kind in de betreffende groep leert.

Bij de eerste zwemles krijgt de leerling een polsbandjes gekregen. De polsbandjes zijn er voor d veiligheid van de leerlingen. De lesgevers kunnen zo zien in welk badje een leerling hoort. Dat is ook de reden dat voortaan leerlingen zonder een polsbandje niet in de badjes toegelaten worden.

De polsbandjes zijn duur, omdat wij tien verschillende kleuren hebben en dus geen grote aantallen per kleur kunnen bestellen. Het bestuur heeft dan ook de volgende regels afgesproken:

  1. Alle leerlingen krijgen de eerste zwemles een bandje in de kleur van hun badje.
  2. De leerlingen dragen de polsbandjes als zij uit de kleedhokjes komen voor de les totdat zij zich weer omkleden na de les.
  3. De ouders betalen 1 euro borg. De borg wordt in september met het lesgeld geïnd. De ouders van de leerlingen waar het sportfonds voor betaalt, kunnen het geld 11 sept. a.s. betalen aan de tafel in de gang.
  4. Als de leerlingen naar een ander badje gaan, ruilen ze aan het eind van de les hun bandje om bij de secretaris aan de tafel in de gang.
  5. Als leerlingen de club verlaten, kunnen zij hun polsbandje inleveren en krijgen zij de borg terug.
  6. Leerlingen die hun polsbandje kwijt zijn, kunnen voor begin van de les tegen betaling van 1 euro borg een nieuw bandje krijgen. Maar we hebben liever dat er zo min mogelijk polsbandjes verdwijnen.

De kleuren:

  1. Guppies roze
  2. Badeendjes lichtblauw
  3. Zeepaardjes paars
  4. Nijlpaardjes rood
  5. Zeehondjes groen
  6. Dolfijnen donkerblauw
  • A – baan lichtgeel
  • B – baan wit
  • C – baan oranje
  • Zwemvaardigheid zwart

Guppies / Badeendjes (roze / lichtblauw – in het instructiebad)

In dit badje worden de kinderen watervrij gemaakt, eventuele angst wordt overwonnen.

  • Liggen op de trap, op de rug. Met rechte benen op de trap en dan in het water trappelen.
  • Draaien naar de buik, rechte armen, lange benen en trappelen.
  • Staan in het water, door de knieën zakken, armen recht vooruit, kin op de borst, goed afzetten met de voeten en 5 seconden blijven drijven.
  • Idem op de rug, dan met de armen in de zij.
  • Van de kant af in een hoepel springen.
  • Over de mat heen klimmen en onder de mat door zwemmen.
  • Door een hoepel heen drijven, op de buik.
  • Door een hoepel heen drijven, op de rug.

 Zeepaardjes (paars – in het instructiebad)

  • Zelfstandig drijven op de buik, stil liggend in het water ongeveer 10 seconden met het gezicht in het water.
  • Zelfstandig drijven op de rug (zelfstandig gaan liggen) en in het water drijven ongeveer 25 seconden.
  • Onder een mat door drijven.
  • Voorwerpen van de bodem pakken, waarbij het gezicht in het water moet zijn.
  • Door een hoepel drijven.
  • Zelfstandig van de kant af het water in springen.
  • Met een plankje onder de buik of rug drijven, dit is het enige hulpmiddel dat wij bij het drijven gebruiken. Wij leren de kinderen meteen aan om zelfstandig te drijven.

Nijlpaardjes (rood – in het instructiebad)

  • Aanleren van de arm- en beenslag, droog zittend op de kant.
  • Van de kant af in het water springen.
  • Drijven op de buik en rug, zonder armen en benen te bewegen, ongeveer 10 seconden.
  • Het aanleren van de schoolslag op de buik met het hoofd boven water.
  • Aanleren van de rugslag, meerdere slagen achter elkaar maken met de juiste combinatie, armen en benen.
  • Voorwerpen van de bodem pakken.
  • Onderwater door het gat heen zwemmen.
  • Met een plankje oefenen zodat de kinderen leren recht te drijven.

Zeehonden (groen – op de verstelbare bodem)

  • Onder water oriëntatie, langs trapje naar de bodem.
  • Meerdere slagen schoolslag in halfdiep water.
  • Meerdere slagen enkelvoudige rugslag in halfdiep water.
  • Aandacht voor ademhaling bij de schoolslag en enkelvoudige rugslag.

Dolfijnen (paars – op de verstelbare bodem)

  • Drijfoefeningen in diep water, op borst en rug, met vormen van verplaatsen.
  • Introductie watertrappen.
  • Springen in diep water, naar de kant, trapje klimmen. Onder de lijn doorzwemmen.
  • Aanleren schoolslag. Enkele slagen in halfdiep water. Direct toepassen in diep water. Afwisselende banen zonder drijfmiddel. Hetzelfde met enkelvoudige rugslag.
  • Aandacht voor ademhaling bij schoolslag en enkelvoudige rugslag.

Kikkers (groen – in het diepe bad)

  • Springen in diep water, naar de kant, trapje op klimmen. Diverse springvormen. Aandacht voor voetsprong. Aanleren kopsprong.
  • Watertrappen met kleding. Badkleding: watertrappen, gebruik armen en benen. Watertrappen met hele draai om lengte as.
  • Zwemmen op de borst, draaien naar rug en borst.
  • Met kleding: borst- en rugzwemmen; zelfstandig via trapje of vlot uit het water klimmen; voetsprong, helemaal onder, watertrappen. Badkleding: onder water zwemmend, kopsprong en onder water zwemmen door gat.
  • Met kleding: oefenen schoolslag. Oefenen en verfijnen in diep water. Technisch juiste uitvoering enkelvoudige rugslag.
  • Borstcrawl. Introductie: enkele meters borstcrawl. Rugcrawl. Introductie: enkele meters rugcrawl.
  • Aandacht voor ademhaling bij schoolslag en enkelvoudige rugslag. Uitademen bij voorkeur onder water.

A-diploma (lila – in het diepe bad)

Gekleed zwemmen

  • Vanaf enige hoogte te water gaan met een voetsprong voorwaarts, na het boven komen aansluitend;
  • 15 seconden watertrappen gevolgd door
  • 12,5 meter schoolslag, onder een lijn door duiken en een halve draai om de lengte as en 12,5 meter enkelvoudige rugslag; proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.

Kledingeisen A-diploma

Badkleding, t-shirt, hemd of blouse met korte mouwen, korte broek (broek die naadloos op de huid aansluit is niet toegestaan, bijvoorbeeld een trainingsbroek of legging).

Schoenen en sokken (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan, schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan).

In badkleding

  • Van de kant te water gaan met een sprong (nadrukkelijke voorkeur is een kopsprong) direct gevolgd door (zonder boven water te komen):
  • onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 3 meter van de startkant bevindt,
  • 50 meter schoolslag, proef afmaken met 50 meter enkelvoudige rugslag.
  • In het water afzetten van de wand direct gevold door 5 seconden uitdrijven op de borst. Aansluitend enkele meters schoolslag, waarna 5 seconden drijven op de borst.
  • In het water afzetten van de wand direct gevold door 5 seconden uitdrijven op de rug, aansluitend enkele meters enkelvoudige rugslag waarna 10 seconden drijven op de rug.
  • In het water afzetten van de wand, aansluitend 5 meter borstcrawl.
  • In het water afzetten van de wand, aansluitend 5 meter rugcrawl.
  •  Van de kant te water gaan met een sprong naar keuze, gevold door 60 seconden watertrappen met gebruik van armen en benen, waarin 2 keer al watertrappend een heel draai om de lengte-as wordt gemaakt.

B-diploma

Gekleed zwemmen

  • Vanaf enige hoogte te water gaan met een voetsprong voorwaarts, onder water een halve draai om de lengte-as maken, na het boven komen aansluitend;
  • 15 seconden watertrappen gevolgd door
  • 25 meter schoolslag, onderbroken door 1 keer onder een vlot door zwemmen en 1 keer een hele draai om de lengte-as en 25 meter enkelvoudige rugslag; proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.

Kledingeisen B-diploma

Badkleding, t-shirt, blouse of hemd met lange mouwen. Lange broek (broek die naadloos aansluit op de huid is niet toegestaan, bijvoorbeeld een trainingsbroek of legging).

Schoenen en sokken (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan, schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan).

Het is toegestaan dat kandidaten in plaats van een broek/blouse een jurk met lange mouwen of rok/blouse met lange mouwen dragen. De jurk/rok moet tot over de knie reiken.

In badkleding

  • Van de kant te water gaan met een kopsprong direct gevolgd door (zonder boven water te komen):
  • Onderwater zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 6 meter van de startkant bevindt,
  • 75 Meter schoolslag onderbroken door 1 keer voetwaarts richting de bodem te zakken, proef afmaken met 75 meter enkelvoudige rugslag.
  • In het water afzetten van de wand direct gevold door 5 seconden uitdrijven op de borst. Aansluitend enkele meters schoolslag, waarna 7 seconden drijven op de borst.
  • In het water afzetten van de wand direct gevold door 5 seconden uitdrijven op de rug, aansluitend enkele meters enkelvoudige rugslag waarna 15 seconden drijven op de rug.
  • In het water afzetten van de wand, aansluitend 10 meter borstcrawl.
  • In het water afzetten van de wand, aansluitend 10 meter rugcrawl.
  • Van de kant te water gaan met een sprong naar keuze, gevold door  30 seconden watertrappen met gebruik van armen en benen, aansluitend 30 seconden water trappen met alleen de benen.

C-diploma

Gekleed zwemmen

  • Van de kant te water gaan met een rol voorover, aansluitend 15 seconden water trappen gevolgd door 30 seconden blijven drijven (HELP-houding) met gebruik van een hulpmiddel.
  • Van de kant te water gaan met een sprong naar keuze, aansluitend 50 meter schoolslag onderbroken door 1 keer onder een vlot door zwemmen, en 1 keer over een vlot heen klimmen en 50 meter enkelvoudige rugslag; proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.

Kledingeisen C-diploma

Badkleding, t-shirt, blouse of hemd met lange mouwen.

Lange broek (broek die naadloos aansluit met de huid is niet toegestaan, bijvoorbeeld een trainingsbroek of legging).

Regen/windjack (bedoeld wordt een jack met lange mouwen, dat vaak vervaardigd is uit een soort nylon).

Schoenen en sokken (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan; schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan).

Het is toegestaan dat kandidaten in plaats van een broek/blouse een jurk met lange mouwen of rok/blouse met lange mouwen dragen. De jurk/rok moet tot over de knie reiken.

In badkleding

  • Van de kant te water gaan met een kopsprong direct gevolgd door (zonder boven water te komen):
  • Onderwater zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de startkant bevindt,
  • 100 Meter schoolslag onderbroken door 1 keer koprol voorover en 1 keer hoekduik richting bodem maken; proef afmaken met 100 meter enkelvoudige rugslag.
  • Van de kant te water gaan met een kopsprong (startsprong heeft de voorkeur) direct gevold door 5 seconden uitdrijven op de borst. Aansluitend enkele meters schoolslag, waarna 10 seconden drijven op de borst.
  • In het water afzetten van de wand direct gevold door 5 seconden uitdrijven op de rug, aansluitend enkele meters enkelvoudige rugslag waarna 20 seconden drijven op de rug, 5 meter hoofdwaarts voortbewegen op de rug met gebruik van armen.
  • In het water afzetten van de wand, aansluitend 15 meter borstcrawl.
  • In het water afzetten van de wand, aansluitend 15 meter rugcrawl.
  • Van de kant te water gaan met een hurksprong, gevold door 30 seconden watertrappen met verplaatsen in meerdere richtingen, met gebruik van armen en benen, aansluitend 30 seconden (verticaal) blijven drijven met gebruik van armen.